dinsdag 18 november 2008

Leesvragen van week 2

Tekstvragen:

Bij hoofdstuk 24:
Hoe zou het encoding-decoding model van Hall van toepassing zijn op een game als Tetris?

Bij hoofdstuk 4:
Op bladzijde 60 lijkt het of schaken als meaningful play wordt gezien. Op bladzijde 62 wordt juist weer gezegd dat dit niet zo is, omdat er geen ‘discernability’ in het spel zit, wat in elk spel moet zitten om het meaningful te maken. In het stuk onder het kopje ‘Integrated’ en in de rest van de tekst wordt schaken weer wél als meaningful play gezien. Hoe is dit uit te leggen?

Bij de tekst van Raessens (2007):
Kun je een educatief spel als Frequency 1550 ook oppositioneel of onderhandelend lezen?



Kadervraag:
In de game Frequency 1550 kunnen de deelnemers in headquarters op verkenning gaan op het internet om een beeld te krijgen van in welk veld ze spelen. De spelers in het veld gaan op verkenning in het hun aangewezen gedeelte in de stad. In hoofdstuk 24 staat dat deze activiteit (exploreren) geen invloed heeft op het plot. In hoofdstuk 4 staat dat bij meaningful play gekeken moet worden naar welke keuzes een speler heeft, wat in het spel Frequency 1550 gedaan kan worden door op verkenning te gaan, en dat er discernability in het spel moet zitten, wat er dus niet is wanneer op verkenning wordt gegaan. Is er in dit gedeelte van het spel dan wel of geen sprake van meaningful play?

Geen opmerkingen: